18 februari 2026
Wie zich ongerust maakt over het Nederlands in Brussel, kan zich enkel verheugen over de bomvolle Bozar – vooral jonge mensen - afgelopen dinsdagavond voor een louter Nederlands event: een debat met Ilja Leonard Pfeijffer en Guy Verhofstadt over democratie en Europa. Twee uur stevig vuurwerk, af en toe een lapsus en toch wat nieuwe ideeën.
Pfeijffer, de succesauteur van het meesterlijke Grand Hotel Europa, bundelde onlangs een vijftigtal analyses die hij de afgelopen jaren in De Morgen schreef. De titel van het boek is Absolute democratie. Daarin analyseert hij hoe de democratie dreigt ten onder te gaan, een verhaal met onvermijdelijk Geert Wilders en Donald Trump in hoofdrollen.
Verhofstadt brengt deze dagen een nieuw essay van ruim driehonderd bladzijden op de markt, De burger in opstand. Nu hij sinds bijna twee jaar politicus-af is, knoopt hij terug aan met de maatschappelijke analyses in opeenvolgende Burgermanifesten, tot halfweg zijn premierschap ongeveer, en doorlichtingen van de Europese Unie nadien. ‘Schrijvende politici blijven te zeldzaam’, merkte hij op. Al vergat hij Bart De Wever.
De ex-premier is op media-tournee. Zondag was Verhofstadt in Buitenhof (hier de link: https://npo.nl/start/afspelen/buitenhof_374) en de voorbije dagen in de meeste Vlaamse kranten (hier De Morgen https://www.demorgen.be/politiek/misschien-was-er-wel-nood-aan-meer-verhofstadt-guy-verhofstadt-over-trump-big-tech-en-het-falen-van-de-democratie~bec0316d/ en De Standaard:https://www.standaard.be/politiek/guy-verhofstadt-over-het-succes-van-het-populisme-de-liberale-democratie-is-een-mislukt-experiment/130958248.html
Unisono
Beide heren geven uit bij de Arbeiderspers. Dus maakte Bozar daar een mooi debat van. Ine Roox, van NRC en De Standaard, en net als de twee gasten inwoner van Italië, leidde in goede banen, in een combinatie van prikken en lokken zoals matadors dat doen. Het publiek kreeg waar voor zijn geld.
Eerst unisono. Pfeijfjfer legde uit dat hij met ‘Absolute democratie’ de aberratie bedoelt waarmee wie de meerderheid haalt bij verkiezingen denkt dat hij of zij nu helemaal haar of zijn zin mag doen. Precies om dat te beletten is de echte democratie gebaseerd op checks and balances, de scheiding der machten, grondwet en rechtsstaat.
Ook als een chef maar gedurende de vier jaar tussen twee verkiezingen in de absolute chef wil zijn (en aan het einde ook de uitslag accepteert!), is hij voor die periode precies datgene waar de Verlichting zich tegen afzette: een absolute vorst, die je kan laten opsluiten, folteren, beslag leggen op je inkomen, zelfs je lief meegraaien, noem maar op. Verhofstadt deelde de analyse, prefereerde nochtans de term ‘illiberale democratie’, die Viktor Orban met zoveel trots uitdraagt. Beide debaters waren het overigens roerend eens om Trump als een ‘fascist’ te omschrijven.
Beiden deelden ook de analyse dat meer Europese samenwerking in deze weer heel rauw geworden wereld noodzakelijk is, en dat alle pleitbezorgers van de natiestaat dat nu ook moeten toegeven. ‘Die natiestaten moeten zeker niet verdwijnen’, preciseerde Verhofstadt, ‘maar tegen China en de VS gaan we wel veel meer – en eindelijk eens - samen moeten doen’.
Communisme
Waar het echte debat begon – en soms behoorlijk fel ging – was over de remedies. Pfeijffer, niet voor de eerste keer, zag de diepere oorzaak in het kapitalisme, en kwam tot de conclusie dat enkel een heel diepgaande hervorming van ons maatschappelijk bestel tot kentering kan leiden.
Verhofstadt ging een eind mee, in de mate dat hij stelde dat iedereen, ook hijzelf, na de omwenteling van 1989 te comfortabel in het idee is gestapt dat de wereld vanzelf op democratie en algemene welvaart zou overstappen. Hij gebruikte daar zelfs de term ‘liberale gemakzucht’ voor. Het kapitalisme is dan volgens hem inderdaad ontspoord tot de macht van formidabele monopolies, zeker in de digitale sector, en tot een weer fors groeiende kloof tussen arm en rijk.
Even klonk het als Raoul Hedebouw, maar dan legde Verhofstadt zijn remedies op tafel, die hij ook in zijn boek ontwikkelt: meer democratie, door (een goede georganiseerde) directe democratie op zijn Zwitsers, meer mede-eigendom van werknemers in hun bedrijf, en greep op de eigen digitale bestanden, waarvan de opbrengst dan ook naar de creatieve producent moet gaan, niet naar de tech-giganten.
Toen dan Pfeijffer begon over de noodzakelijk afbraak van het kapitalisme, lokte Verhofstadt hem naar de vraag of de overheid dat dan moet doen, als eigenaar van de productiemiddelen. De Nederlandse auteur beaamde, waarop de gewezen Belgische premier ‘communisme’ uitriep, en ‘dat is al eens geprobeerd, we gaan dat toch niet herhalen’. Zelf omschreef hij zijn scenario als ‘precies terugkeren naar een echt vrije markt, waar de burgers zelf hun lot bepalen’.
Wat volgde was een goed kwartier ouderwets polemisch en ideologisch vuurwerk, met twee meesters van het woord in de debatstoelen. Delen van de zaal kozen kamp en gingen applaudisseren voor de eigen woordvoerder daar vooraan. Nadat Ine Roox, die terecht een tijdje had laten begaan, de heren tot een zachte landing uitnodigde, volgde er nog een uitwisseling van charmante beleefdheden. Maar het publiek was tevreden. Beide heren toeren overigens nog, elk weer apart, door de Lage Landen de komende weken.
Zwitserland
Pfeijffers remedie voor het arme Europa is in wezen ons model van democratie en welvaartsopbouw – met herverdeling en ecologische correcties – blijven uitdragen. Het is een goed model, we moeten erin blijven geloven, dus ons niet verlagen tot de patserij van de Trumps, Poetins en Xi Jinpings van deze wereld, want dat leidt onvermijdelijk tot oorlog en ellende. We moeten dat model fors corrigeren op een aantal punten, zeker ook meer Europees samenwerken, maar het niet verloochenen.
Verhofstadt van zijn kant knoopt in wezen weer aan met zijn forse pleidooien voor directe democratie die centraal stonden in zijn eerste burgermanifesten en zijn jaren in de oppositie tussen 1987 en 1999. Het is één van de vele sterke punten die de VLD, Verhofstadts creatie, in de loop der jaren heeft laten afslijpen tot er niets meer over te horen viel.
Zelf verheug ik me erover dat de man voor wie ik een paar jaar gewerkt heb toen hij bijna negen jaar lang dit land leidde, ook terug voluit gaat voor de werknemersparticipatie en nog meer het Zwitsers model van directe democratie.
Mijn opvattingen daarover vind je in DE UNIE DIE NOOIT WAS, dat op 10 maart op de markt komt. En in deze tekst die ik in december 2024 in De Morgen publiceerde heb ik, uitgelegd hoe dat Zwitsers systeem werkt. Hij is te lezen op de foto hiernaast, en via deze link: https://www.demorgen.be/meningen/laat-sommige-problemen-eens-wat-meer-aan-de-kiezer-over-zoals-in-zwitserland~bc646979/
4 februari 2026
Mario Draghi is iedereen weer voor. In zijn bedankingstoespraak voor een laattijdig eredoctoraat aan de KU Leuven (https://www.youtube.com/watch?v=t1iMjvsr7T0), sneed de 78-jarige Romein het debat van de komende maanden aan. Nu iedereen kapot analyseert dat de Europese Unie machteloos oogt in de rauwer geworden wereld, begon hij aan de oplossing.
‘Waar Europa als een federatie optreedt’, zei hij, ‘zoals in handel, competitie, de binnenmarkt en monetair beleid, worden we gerespecteerd als een macht, en onderhandelen we ook als zodanig. In defensie, industriële politiek, fiscaal beleid en buitenlandse zaken daarentegen treden we op als een losse coalitie van middelgrote staten, die verdeeld kunnen worden en als zodanig ook worden behandeld. Een Europa dat verenigd is inzake handel, maar verdeeld inzake defensie zal altijd ervaren dat zijn commerciële belangen afgemeten worden aan zijn kwetsbaarheden inzake veiligheid, zoals trouwens deze dagen gebeurt’.
Twee fijne zinnetjes nog van Draghi: ‘Tussen de Verenigde Staten en China heeft enkel de Europese Unie de optie om een echte wereldmacht te worden’. En ook: ‘Om meer macht te verwerven moeten we geenszins onze waarden opofferen’, integendeel, we moeten ‘niet open staan voor diegenen die de gezamenlijke doelstellingen wensen te ondermijnen’.
Draghi pleitte expliciet voor ‘federalisme’. De Italiaanse eredoctoor gelooft ook in zoveel mogelijk ‘coalitions of the willing’ om daartoe te komen, dus niet noodzakelijk via de structuren van de Europese Verdragen. En in ‘pragmatisch federalisme’, de optie van krachtige samenwerking kiezen waar dat doenbaar lijkt.
De sterkste Europese samenwerkingsprojecten zijn inderdaad initieel zo tot stand gekomen, van het Europees Monetair Stelsel dat naar de euro leidde, over de akkoorden van Schengen, tot de stabiliseringsmechanismen van de eurocrisis en de eerste gezamenlijke aankoop van corona-vaccins in 2020. Om van Airbus en ESA nog te zwijgen.
Maar je kan natuurlijk het debat over de finaliteit van de Europese besluitvormingsstructuren niet altijd ontwijken, zelfs al bedoelt Draghi waarschijnlijk dat je dat ook niet meteen moet aansnijden. In die zin vermijd je ook beter de oude term ‘federalisme’, die centraal staat in de eindeloze discussie rond het begrip ‘supra-nationaliteit’, van in de eerste dagen van het plan-Schuman van 9 mei 1950.
Beter is het de vraag te stellen naar ‘hoe creëren we heldere Europese besluitvorming op een volwaardig democratische basis’? Die vraag ligt van in het begin ook op tafel, maar enkel impliciet.
De Britse premier Clement Attlee formuleerde ze in mei 1950 in zijn hoofdbezwaar tegen Monnets plan voor een ‘supranationale’ Hoge Autoriteit voor kolen en staal: ‘De democratie kan nooit helemaal opzij gaan staan voor enkele mensen die worden verondersteld competent te zijn, maar van wie de beslissingen consequenties kunnen hebben die het kader van hun bevoegdheid te buiten gaan en die nadrukkelijk op het politieke toneel terechtkomen’.
Alcide de Gasperi, de premier van Italië, drong in 1950, toen ook het Europees Leger ter sprake kwam, aan op een debat over de democratische structuren achter een gezamenlijke defensie, gezien je het niet kan maken jonge mannen de dood in te sturen, zonder duidelijkheid wie daar finaal het bevel toe geeft. Daar is dan een mislukte poging tot een eerste Europese grondwet uit voortgekomen. Sedertdien is ‘democratie’ de olifant in elke Europese kamer.
Jacques Delors stelde het probleem omfloerster, in 2005 in zijn memoires: ‘Ik kende de verdiensten, maar ook de beperkingen van de methode van de stichters van de EU, een soort van verzacht verlicht despotisme. Maar laten we niet bevreesd zijn om te zeggen dat die semi-clandestiene politiek niet meer mogelijk was, op het ogenblik dat het nodig werd te breken met die methode. We hebben sindsdien het tekort aan communicatie, pedagogie en werkelijk debat, dat in vele lidstaten al een tijd sluimerde, duur betaald’.
In mijn boek De Unie die nooit was (dat in maart verschijnt bij Lannoo) ga ik dieper in op die problematiek. Ik geloof niet in één sterke Europese president, het Franse model, daar is dit continent te divers voor. Wel in een regering naar Angelsaksisch (en Belgisch en Nederlands) model, met de eerste minister als primus inter pares en oog voor vertegenwoordiging van alle delen van het continent in de samenstelling.
Die regering zou moeten steunen op een stabiele meerderheid in een volwaardig democratisch gemaakt Europees Parlement (wat het vandaag nog lang niet is). Geleidelijk zou men ook meer directe democratie kunnen opbouwen, en zo ook de zo lang gezochte Europese demos, een Europese publieke opinie. Referenda met gewone meerderheden over heel de Unie en ook een meerderheid aan lidstaten als drempel, en minimaal 40 % opkomst.
Constitutionele kwesties mogen daarbij als eerste worden voorgelegd, waarbij men geen angst moet hebben dat sommige bevoegdheden opnieuw zullen worden toevertrouwd aan de de lidstaten. Maar denk bijvoorbeeld aan de vraag of we onze defensiebestellingen samen moeten doen? Zou het zo moeilijk zijn om de Europese kiezer ervan te overtuigen hoeveel de versnippering ons nu kost?
27 december 2025
America, or surely its current government, is spitting on Europe. It apparently has written off the old continent as an ally, sees it foremost as an economic threat. It wants to turn its back on Europe, or at least stop investing dollars over there.
Therefore, my biggest wish for the New Year should be a kind of solemn declaration that European leaders would issue together in the year of the 250th anniversary of Thomas Jefferson's Declaration of Independence. It might read and sound as follows:
'WE, the people of Europe,
understand that the current, democratically elected government of the United States is no longer interested in a leading role on our continent. We remain deeply grateful to the Americans for liberating us from the Nazis, for protecting us and helping to liberate us from communist dictatorship, for strengthening our democracies, for bringing us up to eighty years of peace and prosperity. We regret the change of course in Washington, but we respect it. We will remain ever ready to restore that intense and fruitful cordial bond.
We want, if possible, to maintain NATO. But we seek agreements with Washington on a bipolar structure for the Alliance, with the United States on one side and a fully-fledged European pillar on the other, within four years. We will create for the latter the European Treaty Organisation, with the same mutual guarantee as NATO, even strengthened, as originally envisioned in 1948 for the Western Union.
This ETO will be primarily responsible for the defence of Europe. In this context, we aim to buy and acquire as many American bases and military installations on this continent as possible, and as much of the defence infrastructure and arsenals installed there.
We respect Great Britain's choice for its special relationship with America, especially regarding its defence. We understand that this is and will remain crucial for London. We also recognize the strong British tradition of always being committed to a balance of power on the continent. We are therefore fully open to negotiations and further intensive cooperation with the United Kingdom, while respecting London’s wish to uphold both policies to the greatest extent possible.
France will take the lead in forming and developing the ETO, as it is the strongest military power on the continent. It will consult above all with Germany and Poland on this, but it will give all other European countries – including Nato-members Norway and Turkey - a role in proportion of the military capacities they want to contribute. Britain should be maximally involved.
We need a strong European Alliance, not (yet) a European Army. A military structure must be established as a combination of national armies. Tasks and operations however should be specialized, to reach the utmost military efficiency. A single European market for defence production and procurement is to be created without any further qualms and hesitations.
Strategically, the military effort shall be concentrated on defending the continent and preventing war. Imperial deployment outside Europe is neither feasible nor desirable. The emphasis now must be on shielding the continent against an attack from Russia, on acquiring air superiority, including against missiles and drones, and on the security of the population of Europe. Keeping military control of the seas that reach the shores of Europe is only slightly less an urgent priority.
France and Great Britain will remain separate nuclear powers, but a third European structure with nuclear weapons should be established, in close cooperation with the other two. The governance structure of this third European nuclear force shall reflect the financial commitment of the member states. The aim should be to develop a joint ETO nuclear force with the three structures (and without Russia at least as long as the Putin regime lasts). It should have at least 1,000 nuclear weapons at its disposal but not much more. That force should be sufficient to avert nuclear threats against the continent. It should solemnly forsake any right to strike first with nuclear weapons.
We request the European Central Bank to propose, as soon as possible, a detailed plan on how the eurozone can further develop into an autonomous global financial player and how the euro can be developed into a stable global currency. These proposals will be implemented as quickly as possible. Germany will take the lead in this process and cooperate with the other Member States. It will also pursue the creation of a European Monetary Fund, with internal power structures that reflect the financial contributions of the participants.
We will urgently start a new phase of strengthening the European Union. For this we need first and foremost a far stronger democratic structure than the present one. It should strive for extensive application of direct democracy all over Europe, for a genuine directly elected Parliament with all competences (including all budgetary powers, interpellation, the right to investigate, motions of non-confidence against individual ministers, the ultimate decision power over laws) and for a genuine government based on a parliamentary majority. The latter might in the long run become proportionally composed, as is the case today in Switzerland.
The Union should immediately start with strengthening the internal market and restoring competitiveness, as outlined in the Draghi report. Any form of enhanced cooperation – even lower than the present threshold of 9 member-states - must be stimulated. There is indeed no alternative to European cooperation.
We will immediately seek rapprochement with countries, peoples and international structures outside Europe that desire a world of free trade and bilateral relations based on mutual respect, not on the display of power. That accept economic competition. And that are convinced that war has become totally use- and pointless, in an area of modern weaponry wherein you inevitably first annihilate what you desire to conquer.
We seek that kind of cooperation with the Arab countries, India, Japan, and the countries of the Far East, Latin America, Canada and Africa. The United States, if they desire again so. We are eager to cooperate with China as technological innovator and economic power. But we remain sceptical of its regular outbursts of nationalistic aggressivity, including towards Japan and Taiwan. A true global power avoids such bullying.
We will continue to uphold democracy, freedom, social justice, human rights, and the rule of law as basic conditions for good governance on our continent. We will further develop ecological behaviour, on a planet where at the end of the century hopefully ten billion humans might live in welfare consumption patterns. We will continue to defend and promote these values as humanitarian and universal. Inevitably we will be more eager to work with governments that share (more or less) these principles.
In this sense, we will continue to embrace icons of life, liberty and the pursuit of happiness like Jefferson, Lincoln, Roosevelt, and Martin Luther King Jr., or Pasternak, Solzhenitsyn, Sakharov, and Alexei Navalny. We emphatically offer the people of Russia, as we already do to the Ukrainians today, participation in all forms of European cooperation, once it will be able to free itself from dictatorship and imperialism.
But we will, as Europeans, no longer lecture the rest of the world. Europe wants to be an equal among equals, connected in a multilateral world. From now on, we primarily want to learn from the rest of the world, to listen to what others say, no longer implicitly claim the monopoly of wisdom. In the awareness of the new rapport de forces, we will work with the government each country has.
We are totally aware that Europe today is experiencing a severe crisis. We need radical reform. We will have to, at least temporarily, reduce our generous commitments to the rest of the world in terms of development aid, humanitarian efforts, and migration policy. We will have to revise our climate and environment policies, now that China is – clearly cleverer than Europe - demonstrating how to reconcile it with economic competitiveness.
We must ask our own people to make some concessions in exchange for more transparent, efficient, and fairer governance. With a government budget that is ten percent of gdp higher than the average level in the rest of the world, we must gradually evolve toward more responsible and less costly social protection systems (albeit not to the detriment of the genuine vulnerable people). We must get rid of over-regulation and our addiction to subsidies. We must above all, as Europeans, again become masters in systematically using new technologies to enhance productivity (even in government services), a skill our ancestors cherished.
From now on, we must truly make choices and establish clear political responsibilities instead of avoiding them and postpone decisions as long as possible. These responsibilities include, first and foremost, halting the present redistribution of wealth from young to old in all European societies, and radically combating the housing shortage across the continent.
Finally, we want to submit this declaration for approval to the European voters, in an EU-wide referendum, wherein a majority of votes and of member states will suffice.
We propose this declaration to become a new dawn and a new beginning, something Europeans have truly needed for decades. Let us work on it together, in the name of our children and for the sake of future generations in this still blessed continent.’
(verschenen in De Morgen van 8 december 2025)
Vrijdagavond laat. In zijn dienstwagen op weg naar huis merkt premier Bart De Wever dat in onze probleemvrije samenleving het Songfestival en de Fifa de mediatitels domineren. Bij een blik door het raam op de Kleine Ring ziet hij heel even het gebouw van Euroclear. Een vennootschap onder Belgisch recht met financiële tegoeden uit heel de wereld ter waarde van zeventig keer de Belgische economie. Daar ging zijn net afgelopen diner in de Lambermont over.
.
Europa, en vooral De Wevers disgenoot uit Berlijn, dromen van een bankoverval op een half procent van die tegoeden. Dat zijn de kleine 200 miljard € die de Centrale Bank van Rusland Euroclear heeft toevertrouwd, als hefboom voor zijn internationale betalingen. Ter waarde van een tiende van het Russisch bbp. Toen Moskou in 2022 zijn raid op Kiev lanceerde, zijn die tegoeden geblokkeerd, in het kader van de westerse sancties.
Sedertdien lonken gretige ogen naar dat Russisch spaarvarken. Nog meer sinds Donald Trump en de Europahaters rondom hem Oekraïne platvloers trachten uit te verkopen aan Vladimir Poetin. Europa zelf daarentegen moet vrezen dat als Kiev bezwijkt, de Baltische landen een vogel voor de kat zijn. En wat nadien?
Dus is er veel geld nodig om onze onverantwoord verwaarloosde defensie op te krikken, en om Oekraïne te laten volhouden als onze plaatsbekleder. In se moet dat perfect kunnen, gezien de economie van de EU acht keer zo groot is als die van Rusland.
Alleen liggen in de EU-landen sociale uitgaven en overheidsbeslag nu al minstens 10 % hoger dan in de rest van de wereld. Bovendien, en desondanks, zijn hun schulden kwetsbaar hoog. De regeerders van de vergrijsde generatie babyboomers hebben met potverteren hun onderdanen dom en koest gehouden. Die hebben zich dat te gemakkelijk laten welgevallen.
Enter Friedrich Merz, de 70-jarige bondkanselier die Olaf Scholz moest doen vergeten. Merz lost elk probleem vooral op met nieuwe schulden. De jongste weken veegde hij, op verzoek van zijn sociaaldemocratische coalitiepartner, een aangekondigde besparing in de pensioenen weg. Waarop zelfs de brave christendemocratische jongeren terecht in opstand kwamen.
Merz is verbaal heel geëngageerd voor Oekraïne, maar kan ook niet oneindig cash ophoesten. Dus speelt Duitsland in de EU weer zuinige Hans. Daarop viel deze zomer Merz’ oog op de spaarpot bij Euroclear. Voor Poetin moeten we ons niet meer inhouden, verkondigt hij nu, gezien wat die allemaal uitvreet in onze computers en luchtruimen.
Er is in het verleden echter geen precedent voor zo’n beslag, zelfs niet tegen de nazi’s. Dus mocht de Europese Commissie van Ursula von der Leyen op zoek naar subtielere hefbomen. Het jongste voorstel, van woensdag, beperkt zich tot twee jaar financiering van Kiev, slechts 90 miljard €.
De geblokkeerde Euroclear-tegoeden zouden als onderpand dienen voor geld voor Oekraïne. Daarvoor zou de EU leningen op lange termijn aangaan, die men wil betalen met de interesten op de Russisch spaarpot. Mocht Moskou zijn centen toch opeisen, dan zouden de leningen gewaarborgd worden door de EU-lidstaten. In derde lijn door de Commissie, via de jaarlijkse niet-gespendeerde bedragen in de EU- begroting.
Christine Lagarde, de voorzitter van de Europese Centrale Bank, omschreef de plannen vorige week beleefd met het woord stretched. Ze waarschuwde voor spelen met het vertrouwen in
‘een fundamentele knoop’ in het wereldwijd financieel systeem. De ECB had eerder de suggestie van de Commissie geweigerd om ultieme cash cow te zijn in dit verhaal.
Of de voorgestelde constructie juridisch standhoudt voor de internationale arbitrage die in dit soort transacties gebruikelijk is, kan enkel bij een uitspraak met zekerheid blijken. Het Europees Hof in Luxemburg van zijn kant gaat een kluif hebben aan de spitsvondige institutionele bypass die de Commissie uitdokterde om de normaal vereiste unanimiteitsregel te omzeilen.
Merz hoopt iedereen tegen de EU-top van 18 december van het scenario te overtuigen. Aan tafel bij De Wever vrijdag was er nog geen doorbraak. Door zichzelf zo volop te engageren, verhoogt de bondskanselier de inzet. Kan hij Europa leiden, minstens zoals zijn bittere rivale Angela Merkel dat soms kon?
Het probleem is dat dit een dubieus dossier is om de Europese spierballen te rollen. Het roept net iets te veel de methodes op die Poetin en Trump belichamen: graaien, intimideren, patserig uithalen. Er is vooral de vraag waarvoor dat geld het best kan dienen.
Als Rusland de oorlog niet wint – met nadruk op ‘als’ - is het dat geld bij Euroclear sowieso kwijt. Dat zal immers, vanwege de historische complexiteit van herstelbetalingen, de gemakkelijkste manier worden om Moskou te laten opdraaien voor de schade die het heeft aangericht.
Donald Trump heeft dat goed begrepen. In zijn wansmakelijk vredesvoorstel twee weken geleden graaide hij meteen ongegeneerd naar dat spaarvarken.
Merz’ voorstel lijkt nu vooral een vlucht vooruit om niet voor Oekraïne te hoeven betalen. Om aan de Europese kiezers te verbergen dat onze defensie en steun aan Kiev geld gaan kosten. En dus elders pijnlijke hervormingen vereisen zijn die komaf maken met te veel bestuurlijk mismanagement de voorbije decennia.
Met zo’n Europees leiderschap mag Poetin blijven hopen.
Het zo gevreesde Trump-Poetinpakt tekent zich andermaal af. En passant eist Washington, in punt 14 van de 28 van het pakt, wel nog 50 % op uit de door Bart De Wever nochtans goed bewaakte Euroclear-tegoeden. Er waren rovers rond ons huis.
Donald Trump wil het probleem Oekraïne snel afschrijven. Speculeren over oude, onbekende banden met Poetin heeft weinig zin. Het gaat immers vooral om een verkiezingsbelofte van de Amerikaanse president.
We onderschatten, als Europeanen, nog altijd die stroming aan de overkant van de Oceaan. Washington heeft in Irak en Afghanistan geleerd dat er limieten zijn aan oorlog voeren. Het wil zich concentreren op zijn rivaliteit met China. Misschien is het zelfs gewoon zijn imperium beu.
In dat laatste geval zijn we terug in 1940, toen president Franklin Roosevelt, om herverkozen te worden, zijn kiezers moest beloven uit de Europese oorlog te blijven. Dan is de Navo de facto breindood verklaard. Zelfs als Amerika nog even bereid zou zijn de façade recht te houden tot de Europeanen iets beter klaar zijn om zichzelf te beredderen.
De verscheurende keuze waarover Volodimir Zelensky het vrijdag in zijn video-toespraak had, geldt dus ook voor heel Europa. Willen we Oekraïne blijven steunen, alleen? Kunnen we dat, als we dat willen? Of laten we het vallen?
Dantzig
Willen we dat? In dat geval is minstens het compenseren, en liefst het overcompenseren nodig van het onevenwicht inzake economisch potentieel tussen Rusland en Oekraïne. Het eerste land telt driemaal zoveel inwoners als het tweede, zijn bbp zou zesmaal zo groot zijn. De Europese Unie telt echter driemaal zoveel inwoners als Rusland, en zijn bbp zou acht maal groter zijn.
Op het slagveld zit de oorlog muurvast. De snel evoluerende drone-technologie heeft een frontlinie van 20 km breed gecreëerd, waarbinnen elk elektronisch signaal, elk motorgeluid, elke lichaamswarmte meteen gedetecteerd en uitgeschakeld wordt, tegen een lage kost.
Beide partijen proberen nog elkaar af te matten via drone-bombardementen diep in elkaars binnenland, vooral op strategische doelwitten. Dat is echter werk van lange adem. Poetin tracht nu wel, met Iraanse modellen en Chinese technologie, zijn economisch overwicht te vertalen in drone-suprematie. Heeft dat Washington er mee toe aangezet te geloven dat de zaak verloren is?
Willen wij dat, als Europeanen, dan corrigeren, zonder de Amerikanen? Economisch moet dat kunnen, maar dat gaat nog meer bakken geld kosten. Willen de Europese kiezers dat overigens, laat staan die in West-Europa? Of geldt nog steeds de oude Franse twijfel van 1939 tegenover Hitler: Faut-il mourir pour Dantzig?
In deze nieuwe, rauwe wereld van na de jongste ronde van globalisering, worstelt de lovenswaardige angst voor het risico dat je eigen kinderen naar het leger moeten, met de logica van de voorbereiding op de worst case. Idealiter zou je de kiezer zelf moeten laten beslissen hoever we willen gaan, in een Europees referendum.
Johannesburg
Kunnen wij overigens corrigeren, ook als we al zouden willen? De verrassing waarmee de Navo-landen de voorbije weken reageerden op schijnbaar anonieme drone-vluchten boven militaire basissen en luchthavens, spreekt boekdelen over de paraatheid inzake militaire technologie en strategische weerbaarheid van de Alliantie. Vergelijk dat even met pakweg Israël.
Daarnaast is er de blijvende zwakte van Europa. Er is nog altijd te weinig samenwerking– laat staan een sense of urgency – tussen zijn zo trots-soevereine staten, inmiddels toch al driekwarteeuw nadat het grote experiment van de EU van start ging. Zij die vinden dat die soevereine staten veel beter alleen dit grote probleem aankunnen, mogen overigens de hand opsteken.
In die omstandigheden de escalatie met Poetin wagen is de gok waarover Keith Starmer, Emmanuel Macron en Friendrich Merz zich dit weekeinde in Johannesburg beraden, met verwaarlozing van de bijna irrelevant geworden G-20.
De voorzichtigheid neigt naar pappen en nathouden eerst. En als dat niet lukt: Kiev opgeven, liefst met eigen instemming. Het satellietstaat van Moskou laten worden, dan waarschijnlijk ook wel de drie Baltische landen afstaan die destijds toch tot de Sovjetunie behoorden. En hopen dat we tijd overhouden om de grenzen van Noorwegen, Finland, Polen, Slovakije, Hongarije en Roemenië te versterken, met alles erop en eraan, teveel kernwapens incluis.
Good television
Want zelfs als je aanvaardt dat het Westen het Russisch gevoel van bedreiging heeft onderschat, kan je niet blind zijn voor wat Rusland vandaag is: het grootste land van Europa, met veruit de meeste inwoners van allemaal, maar ook met een primitieve economie, een veel te groot leger en een wrede dictatuur met heilige angst voor democratie.
Bovenal is het een veelvolkerenstaat met een in de 17de eeuw verworven ‘koloniale expansie’ diep in Azië, nog een reden om de dictatuur te handhaven. De enige hoop blijft de Russische bevolking die, liever deserteert en emigreert dan zich te gaan dood vechten voor de hersenschimmen van het regime. Zoals het echte Europeanen past.
Anders dan de Chinese dictatuur is de Russische er niet in geslaagd een bloeiende economie op te bouwen. Zijn export bestaat uit grondstoffen en wapens. Het land blijft een ‘Opper-Volta met kernraketten’, zoals de West-Duitse bondskanselier Helmut Schmidt dat vijftig jaar geleden omschreef (Opper-Volta was de naam van het hedendaagse Burkina Faso). Rusland grootmachtambities kunnen dus enkel militair gestaafd blijven.
We staan er, als Europeanen, alleen voor. Dat zeiden we ook al na de ‘good television’ met Trump, Vance en Zelensky in het Oval Office in februari. Sedertdien is de EU weer vervallen in haar gezapig voortkabbelend beraad, met een uitermate schijfsgewijze besluitvorming, die de heimelijke hoop moet verbergen dat de dreiging weer overwaait.
Daarom gaan we vermoedelijk Kiev toch lossen, zo discreet mogelijk. Met de reële en razendsnelle kans op Ukraïn, the sequel. En wij ditmaal in het epicentrum van de scene.